Jan Claesen is de technische directeur van AZ Sint-Maarten. Deze ziekenhuisgroep maakt deel uit van de vzw Emmaüs en telt momenteel drie campussen – twee in Mechelen en één in Duffel. In de nabije toekomst zal AZ Sint-Maarten gecentraliseerd worden in één campus in Mechelen. En dus is Jan tijdelijk ook de ‘projectleider nieuwbouw’ van de ziekenhuisgroep. De nieuwbouw zal ongeveer 105.000m² bruto vloeroppervlakte tellen voor 750 bedden.

Voor de aanvang van het project werd gekozen voor BIM om alle partijen in het bouwproces aan te sturen en te ondersteunen. Waarom? “De methodologie laat toe om helemaal van nul te beginnen wat het gebouw, de installaties en het logistieke gebeuren betreft. Het was voor ons uiteraard van groot belang om al in dat vroege stadium onze ervaring met de exploitatie van een algemeen ziekenhuis te verzilveren. Bij een gebouwencomplex dat je als beheerder ‘erft’ wanneer je in functie komt, is het vaak lang zoeken naar gegevens. De data zijn te complex, of incompleet, of gewoon onbestaande”, zegt Jan Claesen. “Door voor de nieuwbouw met een systeem te gaan werken dat gegevens visualiseert in 3D kunnen we het ontwerp op voorhand screenen op potentiële problemen.”

De ambitie is om halfweg 2016 de ruwbouw klaar te hebben. De aannemers werken uiteraard ook op basis van het BIM. “Het is zowel voor ontwerpers als uitvoerders een enorme uitdaging om een project van de grootteorde van een ziekenhuis tot een goed einde te brengen. Werken met een BIM betekent dat iedereen zijn processen moet aanpassen. Iedereen moet zich doorlopend bewust zijn dat de database moet aangevuld worden om de visualisatie optimaal te maken. En dus proberen we vooraf te overleggen welke gegevens we nodig hebben, hoe we die gegevens kunnen halen, wat mogelijk is en wat soms niet mogelijk is.”

Wat zou Jan Claesen anders aangepakt hebben, moest hij opnieuw kunnen beginnen met de ervaring die hij nu heeft? “Ik zou als bouwheer alleszins veel meer de regie voeren. Want dat is de paradox, natuurlijk. Omdat je bijna nooit de kans krijgt om tweemaal in je carrière zo’n project uit te werken, kan je die ervaring van de eerste keer moeilijk verzilveren. Hoe dan ook is het als bouwheer en exploitant bij een groot en eenmalig project cruciaal om goede spelregels te hebben.”

Zijn er problemen die je hebt kunnen vermijden door vanaf het begin een BIM-aanpak te hanteren? “Een groot voordeel is bijvoorbeeld dat je improvisatie in de werffase zoveel mogelijk kunt vermijden. Het gaat dan om zaken zoals gaten boren op verkeerde plaatsen, die de luchtdichtheid beïnvloeden of koudebruggen creëren, of die invloed hebben op zaken als brandveiligheid. Door op voorhand met kennis van zaken, met alle betrokken partijen en met visuele hulpmiddelen te kunnen overleggen en coördineren, kun je zoveel oplossen in de ontwerpfase!”

Was het moeilijk om mensen te overtuigen van aan de slag te gaan met een Bouw Informatie Model? “Intern was er geen probleem. De database van het BIM wordt later geïntegreerd in het facilitaire beheerssysteem, waar we al ervaring mee hebben. Dat maakt de stap natuurlijk minder groot. Alle gegevens die we nodig kunnen hebben zullen eigenlijk vanaf dag één ter beschikking zijn. Uiteraard moet je alle schakels in je interne keten de discipline bijbrengen om met het systeem aan de slag te gaan en te blijven. Waakzaamheid is geboden!”

“Extern hebben we wat harder moeten wroeten om het systeem erdoor te krijgen bij alle partijen. Je moet de projectpartners immers uit hun comfortzone halen. Ze moeten rekening houden met elkaar bij elke stap. Denk bijvoorbeeld aan de installatie van wanden en van technieken. Daar moet de timing van de verschillende handelingen goed op elkaar worden afgesteld, moeten gaten geboord worden op de correcte plaats en op de juiste wijze, enz. Het compleet overtuigen en actief meekrijgen van alle partijen heeft ons telkens toch minstens 6 maanden gekost. Maar het zal de moeite waard blijken wanneer de nieuwe campus in gebruik genomen wordt.”