(deel 1 van het dossier rond het beheer van regenwater)

Het beheer van regenwater wordt door heel wat gebouwbeheerders beschouwd als van secundair belang. Met gebouwen die waterdicht zijn en blijven, zit je vaak al een heel eind in de goede richting. En toch is het voor elke gebouwbeheerder nuttig om minstens de basics van verstandig (regen)waterbeheer onder de knie te hebben. Het uitzonderlijk natte voorjaar van 2016 zette bedrijven onder water, liet parkings onderlopen, zorgde voor extra vuil in de inkomhallen en de gangen van gebouwen, en veroorzaakte in het algemeen heel wat bijkomend werk.

In dit dossier zetten we aan de hand van enkele artikels de basis uiteen van de regels voor goed waterbeheer, en van een aantal nieuwere technieken om verstandig om te gaan met regenwater. De basis van het hedendaagse regenwaterbeheer is het zgn. afkoppelen. Expertisecentrum Vlario biedt een helder inzicht in wat dit betekent.

Wat is afkoppelen?
Afkoppelen is meer dan louter het scheiden van je regenwater en afvalwater. Een eenvoudige scheiding kan gerealiseerd worden door het aanleggen van twee buizen. De eerste sluit aan op de DWA-leiding (afvalwater – DroogWeerAfvoer), een andere op het RWA-stelsel (regenwater – RegenWaterAfvoer). Bij afkoppeling gaat men verder en probeert men bovenop de scheiding ook het regenwater ter plaatse op te vangen voor hergebruik, te infiltreren of te bufferen. In de Vlaamse Milieuwetgeving (Vlarem II) staat duidelijk beschreven dat het aansluiten van regenwater op de RWA-leiding slechts toegelaten is indien de andere opties technisch niet mogelijk blijken.

Maar we beginnen bij het begin. Infiltreren betekent niets anders dan het insijpelen van hemelwater in de bodem. Hemelwater is een verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel met inbegrip van dooiwater. Bufferen is het zoveel mogelijk ophouden en vervolgens vertraagd afvoeren van het hemelwater. Er bestaan verschillende manieren om hemelwater te bufferen: bufferbekkens houden het hemelwater tijdelijk op.

Waarom moeten we afkoppelen?
Scheiding van regen- en afvalwater en het hergebruiken en infiltreren van regenwater zijn de sleutelfactoren om te komen tot een efficiënt en duurzaam (afval)waterbeleid. Het snel afvoeren van regenwater via verharde oppervlakken en daken langs gemengde openbare rioleringen, zoals dat nu meestal gebeurt, heeft immers een negatieve invloed op de waterbalans. Regenwater kan niet meer in de bodem dringen en stroomt af naar de gemengde openbare riool. Dit kan aanleiding geven tot verschillende fenomenen:

  • Verlaging grondwatertafel: regenwater dat de kans niet krijgt in de bodem te infiltreren, bereikt daardoor de grondwatertafel niet meer. Zo ontstaat een verdroging van het milieu en is er minder grondwater beschikbaar voor het aanvullen van de slinkende drinkwaterlagen.
  • In werking treden overstorten: bij hevige regenval kan het openbaar rioleringsstelsel de grote hoeveelheid water niet verwerken. Vervuild water uit gemengde openbare rioleringen gaat dan overstorten in oppervlaktewater zoals beken en grachten. De inspanningen die gedaan worden om het oppervlaktewater zuiver te houden, worden zo gedeeltelijk tenietgedaan. Hierdoor ontstaat ecologische schade die zich maar langzaam herstelt.
  • Overstromingen: op vele plaatsen, vooral stroomafwaarts, kampt men met het risico op overstromingen bij hevige stortbuien, door te grote hoeveelheden afstromend water afkomstig van hogerop gelegen gebieden. Ook bij gescheiden afvoer van regenwater via een RWA riool blijven deze risico’s een reële bedreiging, hoewel de ecologische gevolgen minder catastrofaal zijn omdat er geen afvalwater in het milieu terechtkomt. Door hergebruik, infiltratie en buffering van regenwater zal die totale hoeveelheid af te voeren regenwater aanzienlijk verminderen waardoor het risico op overstromingen afneemt.
  • Verdunning afvalwater: Afvalwater dat verdund wordt met regenwater (via de straatriool o.a. afkomstig van verharde oppervlakken) kan minder effectief gezuiverd worden. Veel bestaande rioolwaterzuiveringsinstallaties halen daarom een lager dan optimaal rendement.

Het scheiden van afval- en regenwater en het nuttig aanwenden van regenwater kan in grote mate bovenvermelde problemen verhelpen. Bovendien leidt hergebruik van regenwater tot een lager drinkwaterverbruik. Wanneer een burger of organisatie regenwater gebruikt, reduceert hij/zij het gebruik van kostbaar drinkwater en kan hij/zij een belangrijke besparing realiseren op de drinkwaterfactuur.  Vergeet ook niet dat het zuiveren tot drinkwaterkwaliteit veel energie vergt.

Wanneer moeten we afkoppelen?
Bij nieuwbouw of herbouw is men al sinds 1999 verplicht om regenwater en afvalwater te scheiden en een regenwaterput te plaatsen met hergebruik. Verdere regels voor regenwater zijn opgenomen in de gewestelijke stedenbouwkundige verordening regenwater (GSV Regenwater).

Ook bestaande gebouwen dienen af te koppelen wanneer er in de straat een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd wordt in het kader van een afkoppelingsproject. Voor gesloten bebouwing is de scheiding enkel verplicht als hiervoor geen bijkomende leidingen onder of door het gebouw moeten worden aangelegd. Voor bedrijven en organisaties met een milieuvergunning kan de scheiding van regenwater en afvalwater opgelegd als voorwaarden bij de vernieuwing van de milieuvergunning. De uitzonderingen zijn opgenomen in het referentiekader met uitzonderingen van VMM, p6 e.v. in het ‘Vademecum praktische afkoppelen’ van VLARIO.
Wanneer men renovatiewerken uitvoert is men, afhankelijk van de omvang van de werken, nog niet verplicht om een volledige scheiding van regenwater en afvalwater uit te voeren maar het wordt wel aangeraden om dit mee in het project te bekijken. Anders is het mogelijk dat er een paar jaar later een afkoppelingsproject in de straat volgt waarbij er opnieuw gegraven moet worden.

Bij uitbreidingen (gebouw, constructie of aan te leggen ontharding) groter dan 40m² is de GSV Regenwater van toepassing. Het plaatsen van een regenwaterput is hierbij niet verplicht, maar het regenwater van de uitbreiding en dezelfde oppervlakte van een bestaand dak dat nog niet naar een regenwaterput / infiltratievoorziening gaat, moet geïnfiltreerd worden. Dit staat uitgelegd in het ‘technisch achtergronddocument bij de GSV Regenwater’.

Samenvatting rekenregels GSV Regenwater:

Rekenregels GSV hemelwater

Hoe afkoppelen?
Volgens VLAREM II moet regenwater afgevoerd worden volgens de Ladder van Lansink (waterladder). Dit betekent dat men eerst moet nagaan of hergebruik mogelijk is, in tweede instantie infiltratie, als dat niet kan bufferen met vertraagde lozing en pas in laatste instantie lozing op openbaar domein. De doelstelling is om het regenwater zo lang mogelijk op eigen terrein vast te houden.

Meer praktische informatie over afkoppelen vindt u terug in het ‘Vademecum praktisch afkoppelen van regenwater’. Uit de praktijk blijkt echter dat afkoppelen bij grote projecten zoals bedrijven en niet-residentiële gebouwen (kantoren, scholen, hotels, …) toch een andere aanpak vraagt, ten eerste door de grotere verharde oppervlakten en daken en ten tweede door de koppeling met de milieuvergunning. Daarom zet Vlario met het aanvullend ‘Vademecum voor bedrijven en niet-residentiële gebouwen’ o.m. gebouwbeheerders op weg naar een duurzame oplossing voor de afvoer van regenwater – in overeenstemming met het milieubeleid van het bedrijf of de inrichting.

Meer over water vernemen?
Wie meer wil vernemen over de keuze van waterbron (leidingwater, regenwater, grondwater, enz.) versus de vereiste kwaliteit voor een bepaalde toepassing kan hiervoor terecht bij VLAKWA, het Vlaams Kenniscentrum Water. VLAKWA publiceert onder meer de brochure ‘Bedrijf en water’ , die een compleet overzicht biedt van bovenstaande wetgeving, maar dan veel breder dan regenwater alleen. De brochure schetst ook een overzicht van de beschikbare steunmogelijkheden, tools en inspiratiebronnen voor een duurzaam watergebruik. Voor een compleet en actueel overzicht neem je best rechtstreeks contact op met VLAKWA.