Akoestisch comfort is nog steeds een onderschatte factor in het welbevinden van de gebruikers van gebouwen. Gebouwbeheerders worden dan ook regelmatig geconfronteerd met klachten van diezelfde gebruikers. Het probleem onderkennen en correct inschatten, is vaak al een hele uitdaging. Het uitdenken van een geschikte en betaalbare oplossing is nog een stuk moeilijker. Vaak wordt hiervoor onmiddellijk een beroep gedaan op aannemers of, in het geval van nieuwere gebouwen, de architect. Toch is het vaak de moeite om een onafhankelijke akoestische expert onder de arm te nemen.

Wat zijn de meest voorkomende problemen?
Nagalm is de belangrijkste verschijningsvorm van galm. De nagalm beschrijft de afname van een geluidsveld in een ruimte na het uitschakelen van de geluidsbron, d.w.z. het verzwakken van het geluidsveld. De nagalm beschrijft het zachter worden van een geluidsemissie (toon of geluid) na het uitschakelen van een geluidsbron. Hoe langer de nagalm echter duurt, hoe lawaaieriger men de ruimte ervaart. De spraakverstaanbaarheid wordt verstoord omdat verschillende uitgesproken lettergrepen elkaar overlappen. Een probleem met lange galm komt typisch voor na het herbestemmen van ruimtes.

Voor nagalm zijn er twee oplossingen. De eerste is hanteerbaar wanneer spraakverstaanbaarheid niet zo belangrijk is, bijvoorbeeld in ruimtes waarin verschillende mensen bezig zijn, zoals kantoorruimtes, refters, enz. In die situatie kan men de geluidsabsorptie in de ruimte verhogen met behulp van akoestische plafondeilanden bekleed met textiel, die de nagalm opbreken.

De tweede oplossing is gericht op ruimtes waar spraakverstaanbaarheid wel belangrijk is, zoals vergaderzalen, klaslokalen, auditoria. Dit zijn in het algemeen relatief lege ruimtes. Voor deze ruimtes kan er beter gewerkt worden met wandabsorptie, die horizontale golven uitschakelt, en deels met plafondabsorptie.

Een tweede vaak voorkomende bron van geluidshinder is luchtgeluidsisolatie. De luchtgeluidsisolatie tussen twee ruimtes geeft aan hoe sterk het geluid verzwakt wanneer het zich van de ene naar de andere ruimte voortplant. Een voorbeeld is stemgeluid dat binnenkomt vanuit een andere ruimte. Ook dit probleem manifesteert zich vooral bij de herbestemming van een ruimte. Doorslaggevend zijn daarbij zwakke schakels als roosters, kieren en doorvoeren voor ventilatie.

Een typisch geval doet zich voor bij gebouwen die casco worden opgeleverd. Vervolgens wordt een grote ruimte ingedeeld in kleinere stukken. Er worden wanden opgetrokken die slechts reiken tot het valse plafond. Op die manier ontstaat er omloopgeluid dat zich verplaatst via het plenum, i.e. de ruimte tussen het echte plafond en het verlaagd plafond. Geluidsschotten kunnen dit probleem verhelpen, indien ze performant genoeg zijn en bij doorboring correct worden verwerkt.

Een ander vaak voorkomend probleem is luchtgeluidsisolatie via deuren. Hiervoor zijn verschillende mogelijke oorzaken, en dus ook verschillende mogelijke oplossingen, zoals speciale deurbladen, onderdorpels of valdorpels, kierdichtingen, enz.

Ook installatiegeluid is een klassieker. Klimaatinstallaties in gebouwen produceren geluid. Installatiegeluid aanpakken, betekent het reduceren van installatiegeluid zodat er geen hinder optreedt. Aandachtspunten zijn onder andere ventilator- en stromingsgeluid van luchtbehandelingsinstallaties, trillinggeïsoleerde opstellingen van koelmachines, compressoren, noodstroomaggregaten en dergelijke, uitvoering van liftinstallaties, CV-installaties en pompen.

Gebouwbeheerders bellen bij installatiegeluid al snel naar de onderhoudstechnicus. Hij of zij komt soms met een goede oplossing, maar het is niet altijd voldoende. Meer nog: de genomen maatregelen kunnen zelfs contraproductief werken.

Een vierde vaak voorkomend akoestisch probleem doet zich voor in open kantoren. In dit opzet kunnen conflicten ontstaan tussen mensen die de ruimte op verschillende manieren willen gebruiken. Denken we maar aan mensen die veelvuldig (moeten) bellen. Dit kan storend werken voor collega’s die veelal met de computer aan de slag zijn. Een evidente oplossing is het werken met schermen, zonder dat het de oorspronkelijke idee van een open landschapskantoor in het gedrang brengt. Zo zijn er geluidschermen die onderaan dempend zijn en bovenaan doorzichtig.

Ook kan het achtergrondgeluid opgevoerd worden. Dit klinkt contra-intuïtief voor veel mensen, maar een geluidsmaskeersysteem kan heel effectief zijn in een landschapskantoor: de printer ratelt, een groepje mensen bespreekt bij de koffieautomaat het weekend en even verderop zijn twee collega’s verwikkeld in een discussie. Er is veel dynamiek in het algemene geluidsniveau, wat onrust en slechte werkprestaties tot gevolg kan hebben. Een geluidsmaskeersysteem verspreidt een continu en ruisachtig geluid om de dynamiek van het geluid in een ruimte te verkleinen. Vergelijk het met het constante geluid van een airco. Dat valt pas op wanneer hij even stilvalt. Zo werkt het met een geluidsmaskeersysteem ook.

Werken met een onafhankelijke akoestisch expert?
Heel wat eigenaars en gebouwbeheerders stappen vaak onmiddellijk naar de architect of de aannemer bij een nieuwbouw, of naar de onderhoudsfirma, bij een wat ouder gebouw. Volstaat dit? Wat is het nut van extern advies? Het antwoord ligt op zich voor de hand. Meten is weten. Een akoestisch expert heeft de uitrusting en de apparatuur om het probleem correct te duiden en heeft een goed zicht op de beste oplossing. Deze is vaak minder radicaal en zelfs goedkoper. Dat betekent absoluut niet dat de andere partijen niet te goeder trouw zouden zijn – het is vooral een kwestie van kennis en uitrusting.

Auteur: dr. ir. Pieter Schevenels, zaakvoerder PS-Acoustics BVBA
Asterstraat 8, B-3800 Sint-Truiden, Belgium
tel: +32 (0)11 63 23 60
gsm: +32 (0)477 90 36 09
e-mail: info@ps-acoustics.be
website: www.ps-acoustics.be