(deel 2 van het dossier rond het beheer van regenwater)

O.m. in De Standaard verschenen recent artikels over de stijging van de drinkwaterprijzen. De Vlaamse watermaatschappijen zien hun kosten stijgen en er is nood aan forse bijkomende investeringen. Ze vragen daarom aan de VMM om vanaf 1 januari 2017 hun waterprijzen stevig op te trekken. De Watergroep, die de helft van de Vlaamse abonnees bedient, wil een stijging met maar liefst 30,9%. Farys en Pidpa vragen elk een stijging met zo’n 14%. Deze aanvraag komt er op aandringen van Joke Schauvliege, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, die de watermaatschappijen een tariefplan vroeg voor de komende zes jaar. De tariefstijging past in een trend, aangezien de prijzen voor een gemiddeld gezin sinds 2010 al met 39% gestegen zijn. Indien deze trend aanhoudt, en zo ziet het er dus voorlopig naar uit, zal investeren in de recuperatie en het gebruik van hemelwater wellicht steeds rendabeler worden…

Energie is het afgelopen anderhalf decennium met de meeste aandacht gaan lopen. Wetgeving opgelegd door de overheid heeft een enorme omwenteling teweeg gebracht in de manier van bouwen. Op het gebied van water heeft de Vlaamse overheid de laatste jaren ook één en ander veranderd. Zo komt zowel voor woningen als voor niet-residentiële gebouwen de lat steeds hoger te liggen. Aan de basis van de wetgeving ligt o.m. de fameuze Ladder van Lansink, hier specifiek toegepast op regenwater. Deze Ladder stelt dat regenwater eerst gebruikt moet worden in en rond het gebouw, daarna op het eigen terrein moet infiltreren, daarna gebufferd en vertraagd geloosd moet worden in een gracht of waterloop, en pas in laatste instantie gebufferd en vertraagd geloosd moet worden in een regenwaterriool.

Regenwater (her)gebruiken
Een heel interessant uitgangspunt voor gebruik van regenwater is terug te vinden in de “Waterwegwijzer bouwen en verbouwen” van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Regenwater gebruiken in het eigen gebouw heeft bepaalde voordelen. Het bespaart op de drinkwaterfactuur en is ecologisch omdat het voorkomt dat de grondwaterreserves worden aangetast. Regenwater kan ingezet worden voor het doorspoelen van toiletten, voor wasmachines, voor het poetsen, voor besproeiing, enz. Het werken met een regenwaterput is echter niet altijd evident. Wanneer de put niet goed ontworpen en/of onderhouden wordt, dienen er zich al snel problemen aan. Wanneer men niet de juiste filters installeert op een correcte manier, wordt het water in de put gecontamineerd. Het wordt troebel en zal de filters uiteindelijk gaan blokkeren. Systemen die ook aangesloten zijn op het leidingwaternet zullen het probleem verdoezelen – tot de waterfacturen binnen komen… Het gevolg is al te vaak dat gespecialiseerde firma’s de put moeten leegmaken en volledig moeten schoonmaken. De kosten lopen al snel op.

De tank zelf kan ofwel van synthetisch materiaal ofwel van beton zijn. Synthetisch materiaal is lichter en makkelijker te installeren. Men kan een dunne laag grind voorzien zodat de micro-organismen die de onzuiverheden oplossen zich beter kunnen vasthechten. Enkele kalkstenen zullen de zuurheid van het regenwater neutraliseren. Bij beton is de geprefabriceerde tank de goedkoopste oplossing. De micro-organismen zetten zich vlot vast en het beton neutraliseert de zuurheid van het water. Door een zuigkorf uitgerust met een vlotter kan het water tot op een tiental centimeter van de bodem opgehaald worden. Het regenwater wordt door een pomp via een afzonderlijk circuit door het gebouw verdeeld. Een niveauvoeler meet voortdurend het peil van het water. Indien de tank leeg komt te staan, wordt deze voor een minimum terug gevuld met leidingwater.

recuperatie van regenwater

 

Dimensioneren van een regenwaterput
Volgens de Waterwegwijzer voor Architecten gebeurt het dimensioneren van een regenwaterput op basis van het verbruiksdebiet, het dakoppervlak en het gemiddelde percentage leegstand. Voor de dimensionering geldt algemeen: hoe groter het aangesloten dakoppervlak, hoe groter de put en hoe minder je de put moet bijvullen. Om de kans op droogvallen van de put te verkleinen, is het dus niet voldoende om een grotere put te plaatsen. Het dakoppervlak moet ook voldoende groot zijn. Een grotere put is echter ook zinvol als er ook voldoende verbruik is.

Om snel te berekenen hoe dikwijls een tank zal droogvallen en of het zinvol is een grotere tank te plaatsen, kun je de volgende vereenvoudigde dimensioneringsmethode als vuistregel gebruiken:

  • maximumvolume = 50 l/m² dakoppervlak. Dat is het maximum volume dat er gemiddeld per maand kan worden opgevangen
  • minimumvolume = maandverbruik. Hier wordt gekeken hoeveel regenwater per maand in totaal (door alle gebruikers) wordt verbruikt.

Om een optimale werking van de put te garanderen, moet het minimumvolume in de put minstens 10 à 30% lager zijn dan het maximumvolume van de put. Als het minimale aanwezige volume te laag is, zal de put dikwijls leeg staan en moet hij te dikwijls worden bijgevuld. De voorziene inhoud van de regenwaterput mag ook maximaal het twee- of drievoud zijn van het minimale volume. Anders wordt het water onvoldoende ververst. Een gedetailleerde dimensioneringsmethode kun je raadplegen op de website van de VMM. Bij regelmatige regenval kan met een dak van 400m²de put systematisch gevuld worden en kunnen een kleine 100 personen systematisch met regenwater doorspoelen. Deze besparing op drinkwater betaalt op een jaar tijd al een flink stuk van de investering in put en filter terug.

Onderhoud van de regenwaterput
Aan de basis van een goed beheer van de regenwaterput ligt het vrijhouden van goten en dakgoten die leiden naar de regenwaterput. Minstens één keer voor en één keer na de winter, maar eigenlijk moet het gezond verstand primeren. Staan er naast je gebouw hoge loofbomen, dan moet er misschien vaker gecontroleerd worden. Een tweede cruciale punt is dat het water ontdaan wordt van vuil vóór het in de put terecht komt. Dit is nuttig om twee redenen. Ten eerste voorkomt het dat er zich een sliblaag vormt in de put, die bovendien elke keer weer omgewoeld wordt bij een fikse regenbui. Ten tweede zorgt het ervoor dat de regenwaterput niet meer periodiek leeggehaald moet worden om door een gespecialiseerde firma gereinigd te worden.

Door de hoeveelheid elektrische en mechanische oplossingen die de werking van een dergelijk systeem inhoudt, vergroot uiteraard de kans dat er iets misloopt met een schakel in die hele ketting. Om het aantal schakels en de complexiteit van de schakels te beperken, kwam de firma Aquatum recent op de Belgische markt met een vereenvoudigd filter- en pompsysteem. De firma zet in op een systeem dat regenwater filtert vóór het in de put terecht komt. Dit gebeurt via een filter met koolstof en rijnzand. Deze zorgt ervoor dat het water in de put zuiver is.

Filter van Aquatum

Wat dit systeem onderscheidt van de klassieke systemen is dat het op gezette tijdstippen, door middel van een bijgeleverde tijdsklok en vermogensmeter, een beperkte hoeveelheid water terug door het systeem jaagt om de filters proper te spoelen. Het vuil verdwijnt vervolgens via een overloopsysteem uit de regenwaterput en (idealiter) in een infiltratiesysteem op het eigen terrein. Aquatum claimt dat deze oplossing het risico elimineert dat onderhoudsmensen de filter vergeten te reinigen, waardoor een schoonmaakfirma voor enkele honderden euro’s moet langskomen.

Advies nodig?
Er zijn heel wat partijen die regenwaterputten en/of installaties verkopen. Voor basisvragen over afkoppelen kun je terecht bij Vlario en het Waterloket van de VMM. Voor vragen over waterbeheer in het algemeen kun je terecht bij o.m. Vlakwa. Heb je een specifieke vraag, kun je altijd vrijblijvend contact opnemen met Centrum Duurzaam Gebouwbeheer via info@gebouwbeheerder.be.