In Nederland heeft de Eerste Kamer ingestemd met de “Wet verbetering verenigingen van eigenaars” (Wvve), die de werking van de Verenigingen van Eigenaars (VvE’s – onze verenigingen van mede-eigenaars of VME’s ). VvE’s moeten voortaan voldoende geld beschikbaar hebben voor onderhoud en herstel van hun pand. Elk jaar moet daartoe minstens 0,5 procent van de herbouwwaarde gereserveerd worden. Nederlandse belangenverenigingen noemen het een grote stap vooruit bij het oplossen van de problematiek rond ontoereikende financiële reserveringen door VvE’s voor toekomstig of onvoorzien onderhoud.

Ruim de helft van alle VvE’s in Nederland reserveert te weinig voor onderhoud aan het complex. De VvE was weliswaar verplicht om een zogenaamd reservefonds aan te houden, maar de wet bepaalde niet hoeveel er dan ook daadwerkelijk gereserveerd diende te worden. Daar komt nu verandering in.

Vanaf januari 2018 is een VvE verplicht om jaarlijks een minimumbedrag te reserveren voor onderhoud en herstel van het gebouw. De hoogte van het te reserveren bedrag wordt vastgesteld op basis van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP), of is 0,5% van de herbouwwaarde van het appartementencomplex. Alleen als 80% van de eigenaren akkoord is, kunnen zij afzien van storten in een onderhoudsfonds. Zij zullen het onderhoud dan van keer tot keer moeten betalen. Voor commerciële VvE’s (bijvoorbeeld winkel VvE’s of woningcomplexen die voor 100% in handen zijn van grooteigenaars) wordt de afgifte van garanties aan het reservefonds wel mogelijk gemaakt.

De wet kent op dit onderdeel een overgangstermijn van 3 jaar, zodat VvE’s naar deze norm kunnen toegroeien of een goed MJOP kunnen opstellen én vaststellen.  Met de nieuwe wetgeving wordt het ook mogelijk voor VvE’s om een geldlening aan te gaan. Daarbij is elke eigenaar alleen verantwoordelijk voor zijn eigen deel van een lening. Zodra een lid van de VvE zijn appartement of woning verkoopt, gaat ook zijn deel van de lening over naar de nieuwe eigenaar.