Sinds de jaren ’60 zijn er in België duizenden kilometers ventilatiekanalen aangelegd in gebouwen. En indien de luchtverversingssystemen de longen zijn van een gebouw, dan zijn de ventilatiekanalen de aders waarlangs de zuurstof letterlijk tot bij de gebruikers gebracht wordt. Vreemd dan dat er zoveel aandacht is voor de installaties, en niet voor de kanalen. Is het omdat de ventilatiekanalen verstopt zitten in muren of hoog langs het plafond?

Ventilatiekanalen zijn in elk geval een cruciaal onderdeel van het integrale ventilatiesysteem. Het reinigen van de ventilatiekanalen is dan ook wettelijk geregeld én verplicht. Of zoals de FOD WASO (Federaal Overheidsdepartement Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg) het omschrijft:

Indien een luchtverversinginstallatie wordt gebruikt, inzonderheid airconditioneringsinstallaties of mechanische ventilatie-installaties, moet deze beantwoorden aan de volgende voorwaarden:

  • ze is dermate gebouwd dat zij verse lucht verspreidt, die gelijkmatig wordt verdeeld over de werklokalen;
  • (…)
  • ze wordt dermate onderhouden dat elke afzetting van vuil en de verontreiniging of besmetting van de installatie wordt voorkomen of dat dit vuil zo snel mogelijk wordt verwijderd of de installatie gereinigd, zodat elk risico voor de gezondheid van de werknemers door de verontreiniging of besmetting van de ingeademde lucht wordt voorkomen of beperkt;
  • (…)
  • de werkgever treft de nodige maatregelen opdat de installatie regelmatig wordt gecontroleerd door een bevoegd persoon, zodat zij te allen tijde gebruiksklaar is.

 

Ventilatiekanalen: wat is vuil?

Om te bepalen wat “vuil” is, kijken we naar de Europese norm, die omgezet is in een Belgische norm. Er bestaan drie kwaliteitsklassen voor de reinheid van ventilatiekanalen: laag – gemiddeld – hoog. Bij ‘laag’ gaat het om technische ruimten of opslagruimten. ‘Gemiddeld’ zijn o.m. kantoren, hotels, restaurants en scholen. Het label ‘hoog’ is voorbehouden voor o.m. laboratoria en operatiekwartieren in ziekenhuizen. Elke kwaliteitsklasse heeft haar eigen drempel voor de hoeveelheid vuil die in de kanalen aanwezig mag zijn, inspectie-intervallen, enz. Met andere woorden: afhankelijk van de kwaliteitsklasse is er meer of minder (vaak) nood aan inspecteren en reinigen.

Er is dus geen eenduidig antwoord op de vraag: “Hoe vaak moet ik mijn ventilatiekanalen laten reinigen?” De norm spreekt globaal over 24 maanden als inspectie-interval, maar in de praktijk is 12 maanden een handzamere termijn. Het is gemakkelijker op budgettair vlak, maar het biedt ook inhoudelijk voordelen. Zo zal men bij een jaarlijkse inspectie veel minder vaak voor verrassingen komen te staan. Sommige kanalen moeten structureel jaarlijks gereinigd worden, andere twee- of driejaarlijks. Bij een jaarlijkse inspectie blijft alles overzichtelijker.

Voor en na

Voor en na reiniging

De reinheid van de kanalen (of het gebrek daaraan) heeft invloed op de hygiëne in een gebouw, op de energieprestaties van de installaties en op de veiligheid van het gebouw. Qua hygiëne is er niet alleen stof als potentieel probleem. Binnen ventilatiekanalen kunnen zich ook allerlei micro-organismen ontwikkelen, zoals schimmels, die een nadelige invloed hebben op de gebruikers van het gebouw. Op energievlak verbruikt een vervuild luchtverversingssysteem veel meer. En ook op het gebied van veiligheid kunnen zich verschillende problemen ontwikkelen.

Neem het voorbeeld van een dampkap in een grootkeuken. Wanneer men de extractiekanalen onvoldoende onderhoudt, zullen stof en vet zich verzamelen op de binnenwanden van de ventilatiekanalen. Voeg bij die ‘brandstof’ de lucht in het kanaal en je hebt enkel een ontsteking nodig om een steekvlam en brand te krijgen. Niet ondenkbaar in de context van bijvoorbeeld een (groot)keuken. Reinigingsfirma’s worden vaak opgeroepen op het moment dat het te laat is, nl. wanneer er zichtbaar vuil is en/of er gezondheidsklachten zijn bij de gebruikers van het gebouw.

 

Het reinigen van ventilatiekanalen

Het inspecteren van ventilatiekanalen (pulsiekanalen, extractiekanalen) begint bij een visuele inspectie aan het begin van het kanaal (i.e. de luchtgroep) en op het einde van het kanaal (i.e. de roosters). Aan de hand van het verschil in vaststellingen tussen beide locaties stelt men de gepaste aanpak voor. Voor het reinigen zelf wordt telkens een sectie van een ventilatiekanaal geïsoleerd van de rest. Dit gebeurt bijvoorbeeld door een klep te sluiten aan het ene uiteinde van de sectie en een “ballon” aan te brengen in het andere uiteinde. Deze ballon wordt opgeblazen en laat geen lucht meer door.

Om de sectie van het ventilatiekanaal te reinigen gebruikt men gewoonlijk een mobiele stofzuiger en een flexibele slang met borstel. De borstel draait rond in het luchtkanaal en het vrijgekomen vuil wordt onmiddellijk door de stofzuiger opgevangen. In andere gevallen gebruikt men perslucht om de kanalen schoon te maken. De gekozen techniek hangt af van het type ventilatiekanaal (kunststofbuizen of gegalvaniseerde buizen, ronde of vierkante vorm, …). Het reinigen van de kanalen zorgt niet voor stof in het gebouw, ondanks de kilo’s vuil die verwijderd worden. Voor de reinigingsfirma maakt de mate van vervuiling weinig verschil uit, op enkele extremen na.

 

De rol van de gebouwbeheerder

Het technisch onderhoud van de luchtgroepen gebeurt meestal op een voldoende hoog niveau door de gespecialiseerde firma’s. Het probleem is dat ze vaak niet kijken naar de ventilatiekanalen – ook al omdat inspectie en reiniging niet in het onderhoudscontract zijn opgenomen. De vorige zin verwijst uitdrukkelijk naar het ‘technisch’ onderhoud van de installatie zelf, zoals het reinigen of vervangen van filters, riemen, enz., want er is ook een nood aan hygiënisch onderhoud. Daartoe behoort niet alleen het reinigen van de kanalen, maar ook van de luchtgroep zelf. Het is van belang dat de technisch verantwoordelijke van het gebouw dit weet en kan aansturen.

Bij een nieuw gebouw is het altijd nuttig van een inspectie te laten uitvoeren bij de oplevering van het gebouw. In het lastenboek moet men bovendien altijd laten opnemen dat de kanalen rein opgeleverd moeten worden. Vergelijk het met het kopen van een auto. Ook daar zou men moddersporen op de carrosserie van de nieuwe auto niet pikken. Daarna kan men in de onderhoudscontracten zowel het technische als het hygiënische onderhoud van het totale systeem opnemen, met de daarbij horende inspecties.

De prijs van dit onderhoud kan en moet zorgvuldig berekend worden. Aanbieders die met de natte vinger een prijs plakken op de werkzaamheden, zijn geen professionals en kunnen meer kwaad dan goed doen. Er is altijd eerst een grondig plaatsbezoek nodig. Ervaring telt uiteraard mee, maar een professionele onderhoudsfirma zal steeds over een calculatieprogramma beschikken om de concrete situatie te matchen met de juiste oplossing. Bij grotere en/of complexere gebouwen gebruikt men ook vaak een uiterst gedetailleerde Excel-sheet, waarmee tot op enkele minuten na een correcte inschatting van het werk kan gegeven worden. Deze sheets zijn meestal historisch gegroeid vanuit eigen ervaring en inbreng van o.m. leveranciers. Ze worden minder en minder gebruikt, maar zijn vaak nog nuttig om het rekenwerk van het calculatieprogramma te controleren.

Wat de toekomst zal brengen? De tendens naar slimmere gebouwen zal zich wellicht ook doorzetten in het onderhoud van ventilatiekanalen. Sensoren zullen een deel van het inspectiewerk gaan overnemen. Maar er is vooral sensibilisering nodig voor dit belangrijke en nog te vaak vergeten gebouwonderdeel. Met de toenemende aandacht voor het welzijn en welbevinden van de gebruiker in het achterhoofd, zal het belang van kwaliteitsvol onderhoud van ventilatiekanalen enkel toenemen.

 

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met:

Seppe Thys, gedelegeerd bestuurder van Hamster Cleaning

Seppe.thys@hamstercleaning.com

Nieuwpoortlaan 17, 3600 Genk

www.hamstercleaning.be