Centrum Duurzaam Gebouwbeheer stelde zijn ambities voor aan zijn doelgroep tijdens twee lanceringsdagen op 28 en 30 april. Op het eerste evenement, in thuisbasis Heusden-Zolder, mocht CDG ruim 80 deelnemers verwelkomen. Twee dagen later, in het Virginie Lovelinggebouw in Gent, trad het Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid op als gastheer voor een zestigtal gebouwbeheerders.

Beide evenementen hadden een quasi identiek programma. Zakelijk coördinator Bart van de Pol verwelkomde de deelnemers en stelde kort de plannen en ambities voor van Centrum Duurzaam Gebouwbeheer. Daarbij werd ook ruim aandacht besteed aan de gloednieuwe website www.gebouwbeheerder.be met zijn talrijke features.

Aansluitend belichtten verschillende topsprekers – elk vanuit zijn of haar specifieke perspectief – hun visie op duurzaam gebouwbeheer. Johan Van den Bossche van WTCB sprak over de technische noodzaak van duurzaam onderhoud. Jan Parmentier, directeur van Vanhout Facilities, ging in op de benadering van aannemers en dienstverlenende bedrijven. Zo gaat in die sectoren vandaag veel aandacht naar de total cost of ownership van gebouwen, waardoor ze erg geïnteresseerd zijn in de inzichten die CDG kan ontwikkelen rond alle relevante exploitatieaspecten. In Gent belichtte Christophe Maes, gedelegeerd bestuurder bij Messiaen nv en voorzitter van de Vlaamse Confederatie Bouw, ditzelfde perspectief.

Een andere partij met veel en divers vastgoed zijn de overheden. Namens het Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid benadrukten Eric Smeets en Peter Bockstaele het belang van de ontwikkeling van de juiste tools en methoden. Hanna De Groote van Cofinimmo, de belangrijkste Belgische investeringsmaatschappij in vastgoed bestemd voor verhuring, legde uit hoe duurzaamheid in het DNA van het bedrijf zit. Als beursgenoteerd bedrijf, waarvoor een onberispelijke reputatie van het grootste belang is, integreert Cofinimmo risicobeheer met duurzaamheid.

Henk Vincent, Directeur Facilitaire Diensten en Masterplan in het AZ Alma, benadrukte het betrekken van de eindgebruikers bij het tot stand komen van een nieuw en complex project. De inspanningen die bij de voorbereiding en constructiefase geleverd worden, betalen zich dubbel en dwars terug na de oplevering. Johan Ryckx en Didier Huygens van hogeschool Odisee spraken tot slot over hun werk rond benchmarking van facilitaire kengetallen, waarbij gemeenten worden uitgenodigd om hun cijfers te vergelijken met deze van andere.

 

Workshops: plaats voor meer diepgang
Om ook zelf van de praktijk te kunnen proeven, was er vervolgens ruimte voor een handvol interactieve parallelle sessies. Luc Dockx (Stad Antwerpen) besprak met zijn groep de nood aan en mogelijkheden om het management- of beleidsniveau te overtuigen van preventief onderhoud. Henk Vincent doorliep het complete planning- en constructietraject van het nieuwe AZ Alma in Eeklo. Edwin De Ceukelaire (GO!) stelde zijn groep de aanpak van het gemeenschapsonderwijs voor en polste naar de ervaringen van andere netten.

Er was ook aandacht voor sociale huisvestingsmaatschappijen in een interactieve workshop die werd voorgezeten door technisch expert Patrick Kwanten (Centrum Duurzaam Gebouwbeheer) en die kundig werd ingeleid door o.m. Karin Wouters van Woningent. Guy Van der Veken van de gemeente Heist-op-den-Berg informeerde een grote groep collega’s over de aanpak van preventief onderhoud. Mon Wera, laatstejaarsstudent aan hogeschool PXL, stelde daarbij zijn eindwerk voor waarin wordt nagegaan wat de een conditiemeting van gebouwen kan betekenen voor gemeenten. En tot slot hield Marc Heijmans (PVM) een gesmaakte sessie rond de vraag ‘Wat na de conditiemeting?’

Zowel in Heusden-Zolder als in Gent werd de namiddag telkens besloten met een netwerkmoment. Op deze recepties werd telkens verschillende keren onderstreept dat een kennis- en netwerkplatform voor gebouwbeheerders net op tijd komt. Met de steeds hogere eisen die aan gebouwen en dus ook aan gebouwbeheerders, architecten en aannemers gesteld worden, is er nood aan heldere en correcte informatie. En aan een plek waar ze terecht kunnen met hun vragen of waar ze opleidingen op maat kunnen krijgen. Sinds 28 en 30 april weten zo’n 140 gebouwbeheerders alvast waar die plek zich bevindt.