Gebouwen degraderen in de tijd en moeten onderhouden worden om hun functie en kwaliteit te behouden. De eigenaar van een gebouw moet zich dus gedragen als een goede huisvader en de nodige ingrepen uit te voeren. Openbare besturen doen dit onderhoud van hun patrimonium momenteel nog vaak curatief, waarbij er pas ingegrepen wordt als schade zich voordoet. In de huidige conjunctuur waarin middelen beperkt zijn, moeten gebouwbeheerders hun gevraagde budgetten echter steeds vaker verantwoorden. Om hierop antwoorden te vinden, moet de gewenste en de huidige staat van een gebouw objectief vastgelegd worden en de nodige onderhoudsmaatregelen en kosten voorspeld kunnen worden.

Student Mon Wera (3pba bouw aan hogeschool PXL) schreef zijn bachelorproef vanuit de praktijksituatie in de gemeente Heist-op-den-Berg. De gebouwbeheerders staan hier voor dezelfde uitdagingen en willen de algemene staat van hun patrimonium objectief in kaart brengen om ingrepen te voorspellen en te beslissen over investeringen. In Nederland gebruikt men de NEN2767-norm om gebouwen te beoordelen. Mon onderzocht in zijn bachelorproef hoe besturen in België deze norm kunnen gebruiken, in combinatie met een gebouwenbeheersysteem, om tot planmatig onderhoud te komen. Hij werd daarin begeleid door Guy Van der Veken, afdelingshoofd technische zaken van de gemeente Heist-op-den-Berg.

In eerste instantie bekeek Mon de NEN2767 kritisch op zijn eenduidige toepasbaarheid in België. Via een documentonderzoek en bevragingen bij inspecteurs en vakmensen onderzocht hij de moeilijkheden, de objectiviteit en de mogelijke invloed van een inspecteur. Na het onderzoeken van de norm richt hij zich in zijn scriptie op het vervolg van conditiemetingen. Hij sprak met besturen, inspecteurs en bedrijven over het gebruik van meerjarenplannen en de meerwaarde van een gebouwenbeheersysteem. Ten slotte onderzocht hij wat een bestuur moet doen alvorens het kan starten met metingen en planmatig onderhoud.

Uit zijn onderzoek blijkt dat de vertaling van NEN2767 naar België eenduidig is en dat conditiescores redelijk objectief berekend worden. Om echter vanuit conditiescores naar een meerjarenplanning te gaan, hangt veel af van de kwaliteit van de inspecteur en de verwachtingen van het bestuur. Bovendien moet het bestuur voor en na de conditiemeting enkele belangrijke stappen doorlopen. Een gebouwenbeheersysteem kan sterk helpen bij deze stappen en biedt een duidelijke meerwaarde voor het toepassen van planmatig onderhoud.

Indien u meer wil weten over het onderzoek van Mon Wera, kunt u mailen naar mon.wera@student.pxl.be.