Succesvol herbestemmen van parochiekerken vaak gekoppeld aan creatie van stevig lokaal draagvlak

Centrum Duurzaam Gebouwbeheer sprak met Roel De Ridder, architect en als docent verbonden aan de UHasselt. Tegelijk geeft hij les aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. Bovendien is De Ridder sinds 2008 betrokken bij de culturele organisatie Architectuurwijzer, waar hij sinds 2012 ook artistiek directeur is. Het thema dat op tafel kwam, is de herbestemming van de Vlaamse parochiekerken. De reden hiervoor is simpel. “Vlaanderen telt zowat 1800 parochiekerken. Zowat 40% van dit aantal zal nog wel een tijd parochiekerk blijven, de overige 60% wordt in vraag gesteld en komt in aanmerking voor een nieuwe bestemming of nevenbestemming”, opent Roel De Ridder zijn betoog. Het herbestemmen van parochiekerken komt aan bod op de Sustainable Building Academy, die doorgaat op donderdag 27 september 2018 in Heusden-Zolder.

Herbestemmen van parochiekerken?

Waarom houdt De Ridder zich bezig met dit toch wel specifieke patrimonium? Roel studeerde in 2007 af als architect aan de Limburgse hogeschool PHL (ondertussen UHasselt). Het volgende academiejaar begon hij onder professor Sylvain De Bleeckere aan een doctoraat over de toekomst van de Vlaamse parochiekerken. Professor De Bleeckere stelde het onderwerp voor en Roel verdedigde zijn doctoraat met vrucht in 2013. “Mijn promotor had een visie rond het herbestemmen van parochiekerken, waarbij hij een inwonende gemeenschap en eventueel de omwonenden zorg zag blijven dragen voor het patrimonium. Dergelijke initiatieven zouden logischerwijze vaak vertrekken vanuit een christelijk uitgangspunt – een kerkgebouw, maar zeker niet exclusief christelijk zijn. De basis zou zijn dat een hele groep mensen een dergelijke verandering moest “dragen”. En waar mijn promotor oorspronkelijk een specifieke kerk en gemeenschap voor ogen had, heeft mijn doctoraat die visie verruimd naar alle parochiekerken.”

“Ik ging in mijn doctoraat op zoek naar een methodiek om samen met de lokale gemeenschap een toekomstbeeld te ontwikkelen. Kan een lokale gemeenschap, momenteel meestal nog steeds een kerkfabriek en parochie, een parochiekerk blijven dragen? Kan het ook anders? Een belangrijk uitgangspunt was alleszins dat het publieke karakter van een parochiekerk behouden moet blijven. Participatie van de gemeenschap is de beste manier om dit te garanderen. Bijkomende voordelen van een participatietraject zijn dat er draagvlak gecreëerd wordt en dat er een helder toekomstbeeld kan ontstaan.”

Roel De Ridder begon eind 2013 met een eerste dienstverleningsproject. Het ging concreet om het centraal kerkbestuur van Kortessem. Samen met zijn promotor, professor De Bleeckere, en in overleg met gemeentebestuur en kerkbestuur werd een participatieve visie ontwikkeld binnen het kerkenbeleidsplan. Na Kortessem volgden bijkomende trajecten in o.m. Hasselt, Bree, Maasmechelen, Heers en momenteel in Tongeren. “Een belangrijke evolutie is geweest dat er nu wordt gewerkt met centrale kerkbesturen per stad of gemeente, wat de zaken een stuk gemakkelijker maakt voor lokale besturen. De huidige tendens bij de parochiekerken is het aanstellen van één “zondagskerk” of centrale kerk, en eventueel één nevenkerk. De rest komt in principe in aanmerking voor neven- of herbestemming.”

Naar een gestructureerde aanpak

In 2011 lanceerde toenmalig Vlaams minister Bourgeois de oproep aan lokale kerkbesturen om een kerkenbeleidsplan uit te werken. De respons bleef eerder beperkt – tot het Agentschap Onroerend Erfgoed in 2016-2017 liet weten dat lokale actoren die nog recht wilden hebben op de volledige erfgoedpremie, moesten beschikken over een goedgekeurd kerkenbeleidsplan dat beantwoordt aan alle voorwaarden. De deadline voor de kerkenbeleidsplannen liep af in oktober 2017. Elk kerkenbeleidsplan moest goedgekeurd worden door bisschop, gemeenteraad en het Agentschap Onroerend Erfgoed. “Het is vooral deze fermere maatregel die de bal aan het rollen heeft gebracht. In heel wat steden en gemeenten ging men aan het nadenken over wat te doen met welke kerk. En opeens kwam er een golf van mogelijke projecten op gang.”

Waar zit deze evolutie dan vandaag? “Momenteel zijn veel steden en gemeenten zoekend. Soms kiezen ze voor een participatieve aanpak, soms gaan ze gewoon voor een studiebureau. Het team van de Vlaamse Bouwmeester is daarbij een grote steun, omdat het gesubsidieerde haalbaarheidsstudies kan uitvoeren op vraag van de lokale actoren. De komende jaren onderzoekt het Projectbureau Herbestemming Kerken van de Bouwmeester minstens 90 kerken. Dat betekent dat er nu heel veel kennis wordt gegenereerd. Zes teams voeren deze onderzoeken uit. Deze teams hebben diverse expertises. In ons team zitten drie architectenbureaus, een specialist in beheersvormen en participatie, en ikzelf. Ons team neigt dan ook meer naar participatie, stedenbouw en restoratie, terwijl andere teams andere specialismen hebben.”

“Na de eerste oproep voor kerkenbeleidsplannen in 2011 kwamen er vooral wilde ideeën. Vaak betekende de relatieve traagheid van het proces de dood van die ideeën. De huidige aanpak uit 2016-2017 zorgde voor veel meer draagvlak en (financiële) structuur. Toch matchen de ideeën niet altijd met de gebouwen. De herbestemming van een parochiekerk draait om het zinvol invullen van ruimtelijke noden. Dat proces heeft tijd nodig. Te vaak hebben we gezien dat ideeën onrealistisch, onwenselijk en te geforceerd waren, omdat men het gevoel had dat in de conceptfase alles snel vooruit moest gaan.”

Hoe begin je aan het herbestemmen van een parochiekerk?

Hoe werkt deze procedure concreet? “Steden, gemeenten en kerkbesturen kunnen een beroep doen op begeleiding bij een haalbaarheidsonderzoek voor de gedeeltelijke of volledige herbestemming van een parochiekerk.  De procedure is heel eenvoudig: het College van Burgemeester en Schepenen bestelt een  haalbaarheidsonderzoek binnen een raamovereenkomst die hiertoe op Vlaams niveau wordt georganiseerd. De projectbegeleider komt dan ter plaatse met een speciaal hiertoe aangesteld ontwerpbureau. Samen met een lokale projectgroep wordt in vier stappen een budgettair becijferd voorstel uitgewerkt. Er wordt gemikt op een timing van vier à zes maanden om tot conclusies te komen. Ook worden mogelijkheden en afspraken voor het vervolgtraject aangereikt.”

“Concreet wordt tijdens de startvergadering in aanwezigheid van alle relevante actoren het idee toegelicht dat aan de basis ligt van de aanvraag. Enkele maanden later volgt een scenariovergadering, waarbij het ontwerpbureau een drietal scenario’s voorstelt, plus soms een “droomscenario” vanuit het ontwerpbureau zelf. Een vraag die bijvoorbeeld vaak terugkomt, is het herbestemmen van de parochiekerk tot een gemeenschapscentrum voor de wijk. Indien het ontwerpbureau vindt dat de stedenbouwkundige omgeving van zo’n centrum ook beter zou kunnen, dan kan dit in het droomscenario worden opgenomen. Het droomscenario kan gaan over het stroomlijnen van het grotere geheel, of zelfs het voorstellen van een heel nieuw concept.  Na deze scenariovergadering kiezen kerkbestuur en lokaal bestuur hun voorkeursscenario, en doen ze eventueel bijkomende suggesties. Daarna vindt de laatste vergadering plaats met een presentatie van het mogelijk finale scenario en wordt een bundel overhandigd.”

“De relatie met de lokale projectgroep is erg belangrijk. Dat participatief model is cruciaal, omdat het de toekomst bespreekbaar maakt. Voor veel mensen aan die tafel is ook het behouden van een geloofsaspect – hoe klein ook – heel belangrijk. Een parochiekerk is een apart gebouw in heel wat opzichten – en vaak moeilijk om er een “winstgevend” model rond te ontwikkelen. Dus gaat het erom om verder te kijken dan het louter economisch model. Dat maakt de link naar kerkfabriek of lokale gemeenschap zeer relevant. Er kan een vrijwilligerswerking ontstaan, net als mogelijkheden voor alternatieve beheersvormen. Dat leidt tot duurzame en gedragen oplossingen.”

Welke lessen kunnen worden getrokken uit de huidige projecten?

“Het feit dat de haalbaarheidsstudies gesubsidieerd worden, is erg belangrijk voor de lokale besturen. Het verlaagt drempels voor het inwinnen van externe expertise en zorgt voor financiering. Wat de inhoud van de projecten betreft, hangt heel wat af van de cultuur of aanpak per bisdom. Sommige bisdommen werken graag top-down, andere laten meer ruimte voor overleg. Het is belangrijk voor lokale besturen dat ze zichzelf kennen en dat ze weten wat ze zelf in portefeuille hebben qua patrimonium. Misschien is het niet nodig om een kerk in te vullen met een bepaalde activiteit en zijn er efficiëntere en goedkopere alternatieven. Andersom kan een herbestemming zeker in kleinere wijken wel erg nuttig zijn, omdat er vaak geen alternatief is.”

“Kerkgebouwen herbestemmen of nevenbestemmen is zelden winstgevend door de specificiteit van het gebouw, al is dat maar relatief en kun je een en ander opvangen door verstandig om te gaan met je gebouwen. En soms kun je kerken ook gewoon al een betere invulling geven door de deuren wat meer open te zetten binnen een lokale werking, zoals al gebeurt bij o.m. Open Kerken. Wanneer je nadenkt over het herbestemmen van een parochiekerk, mik dan als lokaal bestuur op participatie – niet alleen van lokale kerkbesturen en parochiegemeenschap, maar organiseer per kerkgebouw een aantal publieke momenten die openstaan voor iedereen. Bevraag mensen en maak op die basis al een aantal schetsmatige voorstellen. Hoed je ervoor om valse verwachtingen te creëren. Daarna kun je met een gerust hart de aanvraag voor een haalbaarheidsstudie indienen.”

Wie vragen heeft over het herbestemmen van parochiekerken, kan steeds terecht bij Roel De Ridder, UHasselt, roel.deridder@uhasselt.be. Roel is ook één van de sprekers op de Sustainable Building Academy, die doorgaat op donderdag 27 september 2018 in Heusden-Zolder. Voor meer informatie, klik hier.

2018-09-20T13:53:21+00:0020 september 2018|