Het voorbije jaar kwam het belang van conditiemeting en preventief onderhoud onder de aandacht na een aantal incidenten in de Brusselse tunnels, nadat op verschillende plaatsen stukken beton naar beneden waren gekomen. Gelukkig zonder slachtoffers en al te veel schade, maar dergelijke incidenten houden hoe dan ook heel wat risico’s in. Bovendien zijn ze erg slechte publiciteit voor de eigenaars en uitbaters van de infrastructuur in de hoofdstad. Maar ook tramsporen komen in de aandacht… 

Afgelopen weekend publiceerde de krant De Standaard een artikel met als kop: “Gentse tramsporen stevenen af op een hartinfarct”. In het artikel wordt aangehaald dat een cruciale tramverbinding wel eens een hele tijd onderbroken zou kunnen worden vanwege de slechte staat van de sporen. Uit het artikel, waarin o.m. de Gentse mobiliteitsschepen Filip Watteeuw (Groen) wordt geciteerd: “Het zou een drama zijn als die lijn uitvalt. Een kind ziet dat die sporen niet in orde zijn. Maar budget blijft al jaren uit.” En verderop: “De Lijn werkt nu ook aan een grondige inventarisatie van de staat van de tramsporen. ‘Vroeger was dat kwestie van ervaring en met het blote oog controleren’, geeft directeur-generaal Roger Kesteloot toe. ‘Nu volgen we het permanent op. Wij hebben ook een financieringssysteem dat structureel onderhoud niet stimuleert. Onderhoud doen we met onze werkingsmiddelen (waarop bespaard moet worden, red.), maar kapotte sporen vervangen we met het investeringsbudget. Lange tijd bestond binnenshuis de filosofie: liever sporen vervangen, dan geld voor de dagelijkse dienstverlening afromen.’”

Er zitten heel wat parallellen tussen de problematiek in de dossiers rond de tramsporen en de tunnels enerzijds en het beheer en onderhoud van gebouwen anderzijds. Te vaak blijft een patrimonium beschouwd worden als louter een middel om de doelstellingen te realiseren en het onderhoud als een noodzakelijk kwaad. Men gaat (te) snel voorbij aan de waarde die dit patrimonium vertegenwoordigt en aan het verlies van waarde dat verwaarlozing veroorzaakt. Een gedegen beheer en onderhoud op basis van een grondige inventarisatie, een degelijke conditiemeting en een realistische en voldoende gebudgetteerde onderhoudsplanning is echter cruciaal.

Vaak wordt dit omwille van gepercipieerde hoge kosten uitgesteld of afgewimpeld. En het is een nuchter feit: een patrimonium kost veel geld. Er zijn echter weinig concrete cijfers en scenario’s over de kosten van niet, curatief of preventief onderhouden, wat uiteraard een sterk argument zou kunnen zijn bij investeringsbeslissingen. Toch spreekt het voor zich dat die vooruitziende benadering risico’s in kaart brengt en beperkt, en de (vastgoed)waarde van het patrimonium verhoogt en verlengt.