Bij de uitbraak van COVID-19 krijgen gebouwbeheerders een grote verantwoordelijkheid toegewezen. Eén van de belangrijke aandachtspunten is het herbekijken van de technische installaties in gebouwen, om gebruikers toe te laten in een gezonde omgeving te kunnen functioneren. Het WTCB stelde daarom al in de lente van 2020 een document[i] op met als titel: “COVID-19-pandemie: wat met de technische installaties?”. Het document is o.m. gebaseerd op de aanbevelingen van REHVA, de Federation of European Heating, Ventilatie and Air Conditioning Associations. Een andere waardevolle informatiebron van dezelfde federatie is online te vinden en bevat een hele batterij vaak gestelde vragen[ii].

Er zijn heel wat maatregelen mogelijk om de risico’s van overdracht van COVID-19 in gebouwen te beperken. In dit document worden aanbevelingen gedaan voor ventilatieoplossingen als de belangrijkste “technische maatregelen”, zoals beschreven in de traditionele hiërarchie voor infectiebestrijding (figuur 4), om de omgevingsrisico’s van overdracht via de lucht te verminderen. Volgens de hiërarchie staan ventilatie en andere HVAC- en sanitairtechnische maatregelen op een hoger niveau dan de toepassing van administratieve controles en persoonlijke beschermingsmiddelen (inclusief maskers). Het is daarom van groot belang maatregelen te overwegen op het gebied van ventilatie en andere bouwtechnische voorzieningen ter bescherming tegen overdracht via de lucht. Deze voorzieningen kunnen tegen betrekkelijk geringe kosten in bestaande gebouwen worden toegepast om het risico van besmetting binnenshuis te verminderen.

Piramide beheersen van infecties

Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) heeft richtlijnen opgesteld voor volksgezondheidsinstanties in de EU/EER-landen en het VK over de ventilatie van binnenruimten in de context van COVID-19. Deze richtlijnen zijn gericht op deskundigen op het gebied van de volksgezondheid en dienen als basis voor REHVA om technische en systeemspecifieke ondersteuning voor HVAC-professionals te verstrekken. De belangrijkste gegevens en conclusies van het ECDC kunnen als volgt worden samengevat:

  • De overdracht van COVID-19 vindt gewoonlijk plaats in gesloten ruimten binnenshuis.
  • Goed onderhouden HVAC-systemen, waaronder airconditioners, filteren veilig grote druppels die SARS-CoV-2 bevatten. COVID-19 aerosolen (kleine druppeltjes en druppelkernen) kunnen zich via HVAC-systemen in een gebouw of voertuig en via stand-alone airconditioningsystemen verspreiden als de lucht opnieuw wordt gecirculeerd.
  • De door airconditioningsystemen gegenereerde luchtstroom kan de verspreiding van door besmette personen uitgescheiden druppeltjes over grotere afstanden in binnenruimten vergemakkelijken.
  • HVAC-systemen kunnen een aanvullende rol spelen bij het verminderen van de transmissie in binnenruimten door de snelheid van de luchtverversing te verhogen, de recirculatie van lucht te verminderen en het gebruik van buitenlucht te vergroten.
  • Gebouwbeheerders moeten verwarmings-, ventilatie- en airconditioningsystemen onderhouden volgens de geldende instructies van de fabrikant, met name wat betreft het schoonmaken en vervangen van filters. Er is geen voordeel of noodzaak van extra onderhoudscycli in verband met COVID-19.
  • Energiebesparende instellingen, zoals vraaggestuurde ventilatie geregeld door een timer of CO2-detectoren, moeten worden vermeden.
  • Overwogen moet worden de bedrijfstijden van HVAC-systemen voor en na de normale periode te verlengen.
  • Directe luchtstromen moeten van groepen personen worden weggeleid om verspreiding van pathogenen door besmette personen en overdracht te voorkomen.
  • Organisatoren en beheerders die verantwoordelijk zijn voor bijeenkomsten en kritieke infrastructuur moeten met de hulp van hun technische/onderhoudsteams nagaan welke mogelijkheden er zijn om het gebruik van luchtrecirculatie zo veel mogelijk te vermijden. Zij moeten overwegen hun procedures voor het gebruik van recirculatie in HVAC-systemen te herzien op basis van door de fabrikant verstrekte informatie of, indien deze niet beschikbaar is, advies in te winnen bij de fabrikant.
  • Het minimumaantal luchtwisselingen per uur, overeenkomstig de toepasselijke bouwvoorschriften, moet te allen tijde worden gewaarborgd. Een verhoging van het aantal luchtwisselingen per uur zal het risico van overdracht in gesloten ruimten verminderen. Dit kan worden bereikt door natuurlijke of mechanische ventilatie, afhankelijk van de omgeving.

In de richtlijnen benadrukt het ECDC het belang van ventilatie door te concluderen dat het waarborgen van optimale ventilatie, aangepast aan elke specifieke binnenomgeving, van cruciaal belang kan zijn voor het voorkomen van uitbraken en transmissieversterkende gebeurtenissen. In de richtlijnen wordt geëist dat te allen tijde wordt gezorgd voor het minimumaantal luchtuitwisselingen per uur, overeenkomstig de toepasselijke bouwvoorschriften. Ventilatie wordt gezien als een belangrijke methode omdat er geen bewijs is voor de doeltreffendheid van methoden voor decontaminatie van lucht (b.v. bestraling met UV-licht) voor gebruik in gemeenschapsruimten.

Samenvatting van praktische maatregelen voor het functioneren van gebouwinstallaties tijdens een epidemie

  1. Zorg voor voldoende ventilatie van ruimten met behulp van buitenlucht;
  2. Schakel ten minste 2 uur voor de openingstijd van het gebouw de ventilatie in op nominale snelheid en zet deze 2 uur na de gebruikstijd van het gebouw uit of op lagere snelheid;
  3. Schakel vraaggestuurde ventilatie-instellingen uit om het ventilatiesysteem op nominale snelheid te laten werken;
  4. Open regelmatig ramen (ook in mechanisch geventileerde gebouwen);
  5. Laat de ventilatie van toiletten op nominale snelheid werken, net als het hoofdventilatiesysteem;
  6. Vermijd het openen van ramen in toiletten om de negatieve druk en de juiste richting van de mechanische ventilatieluchtstromen te handhaven;
  7. Instrueer de gebruikers van het gebouw om toiletten met gesloten deksel door te spoelen;
  8. Schakel luchtbehandelingskasten met recirculatie over op 100% buitenlucht;
  9. Inspecteer warmterecuperatietoestellen om er zeker van te zijn dat lekkages onder controle zijn;
  10. Zorg voor voldoende buitenluchtventilatie in ruimten met ventilatorconvectors of split units;
  11. Verander de instelpunten voor verwarming, koeling en eventuele bevochtiging niet;
  12. Voer geplande kanaalreiniging uit zoals normaal (extra reiniging is niet nodig);
  13. Vervang de centrale buitenlucht- en afvoerluchtfilters zoals normaal, volgens het onderhoudsschema;
  14. Regelmatige filtervervanging en onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd met de gebruikelijke beschermende maatregelen, waaronder ademhalingsbescherming;
  15. Introduceer een IAQ (CO2) sensornetwerk dat gebruikers en gebouwbeheerders in staat stelt om te controleren of de ventilatie adequaat functioneert.

[i] https://www.wtcb.be/homepage/download.cfm?lang=nl&dtype=publ&doc=wtcb_artonline_2020_2_nr13_covid-19-pandemie_wat_met_de_technische_installaties.pdf

[ii] https://www.rehva.eu/activities/covid-19-guidance/rehva-covid-19-faq